Roermond 1550-1716 door Jos Habets

GEBEURTENISSEN OP GODSDIENSTIG EN STAATKUNDIG GEBIED IN HET OVERKWARTIER VAN GELDERLAND, SEDERT DE OPRICHTING VAN HET BISDOM TOT HET BEGIN DER XVIIIde EEUW.

Inleiding 1540-1566 1566 1567-1572
1572 1572-1632 1632-1637 1637-1716

1637-1702 Roermond Spaans

Sedert dien bleef Roermond en het geheele Overkwartier op de Spaansche zijde en werd bij den Munsterschen vrede in 1648 nader daar mede vereenigd.

In 1665 had te Roermond, op den 31 Mei, een hevige brand plaats, die twee derden der stad in asch legde. Deze brand ontstond bij gelegenheid, dat de processie van het H. Sacrament uIttrok, door het springen van een vuurroer, waardoor het dak van een burgerhuisje in brand sloeg. Door den wind aangewakkerd, raakten ook andere woningen in brand en weldra was de geheele stad eene zee van rook en vlammen. Vijf openbare gebouwen met hun geheelen inhoud, namelijk: het bisschoppelijk hof, de prefectuur, de cancellarie, de rekenkamer en het postkantoor "met alle hunne papieren", werden in asch gelegd. De bisschop kon niets redden dan de bul van oprichting van het bisdom. Gespaard bleven: de parochiekerk, het raadhuis, de kloosters der Kruisheeren, der Franciscanen, der Dominicahessen, Mariagaarde en Maria Bongaard. Nog brandden af: de domkerk van den H. Geest, de kloosters van de Jesuieten, der Kartuizers, der Clarissen, de kapel der Ursulinnen en de Munsterabdij, het priesterseminarie en meer dan elfhonderd huizen. Door dit schrikbarend ongeval werd deze bloeiende stad geheel en al ten gronde gericht. De inwoners waren tot den bedelstaf gebracht en lang, zeer lang duurde het, eer Roermond van dit ongeval bekomen was.(1)

(1) Over denen brand schreef Willem van Blitterswijk, raadsheer te Roermond, een boekje getiteld: Ruremunda vigens, ardens et renascens, auctore G(ulielmo) D(e) B(litterswijk) C(onsiliarius) R(uroemiindensis). Brussel 1666 in fol. van 64 bladz. Dit werkje is opgedragen aan Paus Alexander VII en bisschop d'Allamont, en is gevolgd door verscheidene Latijnsche gedichten, onder andere door een van Simon Damerius, pastoor te Well.

Na den dood van de aartshertogin Isabella, in 1633, keerden de Spaansche Nederlanden onder den scepter der koningen van Spanje terug. Toen koning Philips IV in 1665 overleden was, volgde zijn minderjarige zoon Karel II hem op. Lodewijk XIV, koning van Frankrijk, die eene dochter van Philips IV had gehuwd, maakte nu aanspraak op de Spaansche Nederlanden, als op eene erfenis van zijne gemalin en viel plotseling in Mei 1667 in BelgiŽ en overmeesterde Doornik, Charleroi en andere steden.
Den 18 October 1667 richtte koning Lodewijk tot de bestuurders van alle steden en plaatsen van het Overkwartier van Gelderland een schrijven, waarin hij eene zware oorlogscontributie vorderde ter somme van 230,000 Fransche ponden. Daar dit geld door de verarmde ingezetenen dien streken niet kon opgebracht worden, liet hij eenige voorname ingezetenen oplichten en naar Frankrijk voeren.(2) De vrede van Aken (2 Mei 1668) maakte een einde aan deze moeilijkheden, edoch zonder groot gevolg; want in 1670 ging Lodewijk een verdrag aan met den koning van Engeland, waarin deze zich verplichtte Frankrijk tegen de Staten-Generaal bij te staan. Deze nu vereenigden zich met Pruisen en in December 1671 met Spanje, alsmede in 1672 met den keizer van Duitschland, om den koning van Frankrijk en diens bondgenooten tegenstand te bieden.
Den 27 April 1672 verscheen de oorlogsverklaring van koning Lodewijk en den 11 Mei begaf hij zich ten strijde. Maastricht trok hij voorbij, maar liet daar een observatieleger achter. Roermond en het Overkwartier hadden van dien inval niet weinig te verduren, dorpen en steden werden gebrandschat en geplunderd; Maastricht en Valkenburg vielen, in 1673, in zijne handen.(3) Eindelijk kwam de vrede te Nijmegen den 11 Augustus 1678 tot stand.

(2) Maasgouw 1879, p. 138.
(3) NETTESHEIM, Gesch. der Stadt und Ampt Gelder, p. 437.

1702-1716: Roermond weer in staatse handen

Nog erger was de toestand gedurende den volgenden successieoorlog. Na den dood van koning Karel II werd de hertog van Anjou, onder den invloed van Lodewijk XIV, tot koning van Spanje uitgeroepen; hij beklom in het begin des jaars 1701, zonder tegenspraak, den troon. Den 20 Maart namen de Fransche troepen, in naam van den nieuwen koning, bezit van Roermond en Venloo en den volgenden dag van Gelder, en vereenigden zich met de Spaansche bezettingen. Den 11 Februari 1702 werd de nieuwe koning, onder den naam van Philips V, te Roermond op het raadhuis met groote plechtigheid, ingehuldigd.
Intusschen had evenwel ook keizer Leopold, als rechtstreeksche afstammeling van keizer Ferdinand I en ingevolge van verscheidene huwelijksvoorwaarden, zijne rechten op de nalatenschap van koning Karel II doen gelden. Hij vond in den keurvorst van Brandenburg een bondgenoot, die hem beloofde bij te staan, onder voorwaarde: dat hem de titel van koning van Pruisen zou verleend worden. Den 7 September 1701 traden ook Engeland, en de Generale Staten , en eenigen tijd later ook de keurvorsten van Beieren en Keulen tot dit of- en defensief verbond toe, waarna de vijandelijkheden voor goed een aanvang namen. In den loop van het jaar 1702 veroverden de geallieerden Keizersweert (15 Juni), Venloo (23 September) en Stevensweert (2 October).
Roermond werd door de Staatschen belegerd; graaf Tilly met 4200 paarden en veel voetvolk trok voor de stad. Toen de prins van Nassau-SaarbrŁck, opperbevelhebber des Legers, met generaal Coehoorn ook voor de stad gekomen was, werden op 2 October 1702 de loopgraven geopend, en den 7 October moest, de veste door den prins van Horne overgegeven worden. De Staatschen kozen de kerk van den H. Geest voor de uitoefening van den protestantschen godsdienst.
De stad bleef nu in de macht dier bondgenooten tot in 1715. Door het BarriŽre-tractaat, den 19 Juli te Antwerpen gesloten, werd Roermond aan Oostenrijk afgestaan. Het duurde echter tot den 19 Januari 1716 alvorens de Staatschen besloten de stad te verlaten.

 Ziet u slechts 1 pagina?
klik hier voor de volledige website
"Voorouders uit Midden-Limburg"